Bedrijven die in België werken met gevaarlijke stoffen krijgen te maken met een combinatie van Europese regelgeving, federale Belgische wetgeving en gewestelijke milieuregels. De verplichtingen verschillen naargelang het gaat om productie, opslag, gebruik, vervoer, afvalstoffen, arbeidsveiligheid of Seveso-inrichtingen. Graag bieden we een overzicht wet- en regelgeving gevaarlijke stoffen in België.
1. Europese regelgeving: REACH en CLP
De basis voor het Belgische chemisch stoffenbeleid ligt grotendeels in Europese wetgeving. De REACH-verordening regelt de registratie, beoordeling, autorisatie en beperking van chemische stoffen. Producenten, importeurs en downstreamgebruikers moeten kunnen aantonen dat stoffen veilig worden gebruikt.
Daarnaast geldt de CLP-verordening voor de indeling, etikettering en verpakking van gevaarlijke stoffen en mengsels. CLP bepaalt onder meer de gevarenpictogrammen, H-zinnen, P-zinnen, signaalwoorden en verpakkingsvereisten.
2. Codex over het welzijn op het werk
Voor de bescherming van werknemers is vooral de Codex over het welzijn op het werk belangrijk. Boek VI behandelt chemische, kankerverwekkende en mutagene agentia. Werkgevers moeten onder meer risico’s beoordelen, blootstelling beperken, werknemers informeren en opleiden, en passende preventiemaatregelen nemen.
Belangrijke verplichtingen zijn:
- inventarisatie van gevaarlijke chemische agentia;
- risicoanalyse;
- preventiemaatregelen volgens de arbeidshygiënische strategie;
- beschikbaarheid van veiligheidsinformatiebladen;
- opleiding en instructie van werknemers;
- gezondheidsbewaking waar nodig;
- bijzondere aandacht voor kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische stoffen.
3. Welzijnswet
De Wet betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk vormt de algemene basis voor arbeidsveiligheid in België. Deze wet verplicht werkgevers om risico’s op het werk systematisch te beheersen. Bij gevaarlijke stoffen betekent dit dat chemische risico’s moeten worden opgenomen in het preventiebeleid, de risicoanalyse en het globaal preventieplan.
4. VLAREM en gewestelijke milieuwetgeving: overzicht wet- en regelgeving gevaarlijke stoffen in België
Voor opslag en milieuvergunningen is in Vlaanderen vooral VLAREM van belang. VLAREM bevat voorwaarden voor ingedeelde inrichtingen en activiteiten, waaronder opslag van gevaarlijke producten, brandbare vloeistoffen, gassen, afvalstoffen en milieugevaarlijke stoffen. In de praktijk zijn voorschriften rond inkuiping, afstandsregels, brandveiligheid, lekopvang, ventilatie en opslaghoeveelheden belangrijk. Een cursus over de opslag van gevaarlijke stoffen vind u hier.
Voor Brussel en Wallonië gelden eigen milieuregels en vergunningensystemen. België is dus niet volledig uniform geregeld: de concrete milieuverplichtingen hangen sterk af van het gewest waarin de inrichting gevestigd is.
5. Seveso-regelgeving
België past de Europese Seveso III-richtlijn toe voor bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Seveso-inrichtingen zijn bedrijven die drempelwaarden voor gevaarlijke stoffen overschrijden.
Afhankelijk van de hoeveelheid en aard van de stoffen kan een bedrijf een lage- of hogedrempelinrichting zijn. Mogelijke verplichtingen zijn:
- kennisgeving aan de overheid;
- preventiebeleid zware ongevallen;
- veiligheidsbeheerssysteem;
- veiligheidsrapport;
- intern noodplan;
- samenwerking met hulpdiensten;
- informatie aan omwonenden;
- inspecties door bevoegde overheden.
6. ADR, RID, ADN, IMDG en IATA
Voor het vervoer van gevaarlijke goederen gelden internationale transportregels. Voor wegtransport is het ADR van toepassing. Het ADR regelt onder meer classificatie, verpakking, etikettering, vervoersdocumenten, voertuiguitrusting, opleiding en verplichtingen van afzender, vervoerder, belader, verpakker, vuller en ontvanger. In België is ADR voor wegvervoer een gewestelijke bevoegdheid.
Daarnaast gelden:
De FOD Mobiliteit en Vervoer is onder meer bevoegd voor gevaarlijke goederen per spoor, zee en lucht; ADR en ADN zijn grotendeels gewestelijke materie.
7. Veiligheidsadviseur gevaarlijke goederen
Veel ondernemingen die gevaarlijke goederen vervoeren, laden, lossen, verpakken of verzenden, moeten een veiligheidsadviseur gevaarlijke goederen aanstellen. Deze adviseur ziet toe op naleving van de voorschriften, adviseert de onderneming en stelt jaarlijks een verslag op. Dit volgt uit de ADR/RID/ADN-systematiek en de Belgische uitvoeringsregels.
8. Afvalstoffenwetgeving
Wanneer gevaarlijke stoffen afval worden, gelden bijkomende regels voor gevaarlijke afvalstoffen. Dit betreft onder meer identificatie, opslag, etikettering, traceerbaarheid, erkende inzamelaars, transportdocumenten en verwerkingsvoorwaarden. Ook hier speelt het gewest een belangrijke rol, waardoor Vlaanderen, Wallonië en Brussel eigen procedures en instanties hebben.
9. Brandveiligheid en opslag
Bij opslag van gevaarlijke stoffen spelen naast milieu- en arbeidsveiligheidsregels ook brandveiligheidsvoorschriften een grote rol. Denk aan compartimentering, brandwerende kasten, scheiding van incompatibele stoffen, ventilatie, noodopvang, signalisatie en blusvoorzieningen. In Vlaanderen worden veel opslagvoorwaarden via VLAREM opgelegd; daarnaast kunnen brandweeradviezen, verzekeraarseisen en normen zoals EN 14470 relevant zijn.
10. Explosieveiligheid en ATEX
Bij brandbare gassen, dampen, nevels of stofexplosiegevaar moet rekening worden gehouden met ATEX. Werkgevers moeten explosierisico’s beoordelen, zones indelen, ontstekingsbronnen beheersen en geschikte apparatuur gebruiken. Dit moet worden geïntegreerd in de risicoanalyse en preventiemaatregelen volgens de welzijnsregelgeving.
11. Biociden en pesticiden
Voor biociden en gewasbeschermingsmiddelen gelden aanvullende toelatings- en gebruiksregels. Deze producten mogen alleen worden gebruikt volgens hun toelating, etikettering en gebruiksvoorwaarden. Voor bepaalde producten gelden bijkomende voorwaarden voor verkoop, opleiding of professioneel gebruik.
12. Documentatieverplichtingen
Een Belgische onderneming die met gevaarlijke stoffen werkt, moet in de praktijk vaak beschikken over:
- actuele veiligheidsinformatiebladen;
- een register of inventaris van gevaarlijke stoffen;
- risicoanalyses;
- werk- en opslaginstructies;
- opleidings- en onderwijzingsbewijzen;
- noodprocedures;
- ADR-documentatie bij transport;
- vergunningen of meldingen;
- Seveso-documentatie indien van toepassing;
- afvalstoffenregisters en transportdocumenten.
Conclusie
De wet- en regelgeving gevaarlijke stoffen in België bestaat uit meerdere lagen. REACH en CLP vormen de Europese basis. De Codex over het welzijn op het werk regelt de bescherming van werknemers. Voor opslag en milieu zijn vooral de gewestelijke regels, zoals VLAREM in Vlaanderen, van belang. Voor transport gelden ADR, RID, ADN, IMDG en IATA. Grotere hoeveelheden gevaarlijke stoffen kunnen bovendien leiden tot Seveso-verplichtingen.
Voor bedrijven is het daarom belangrijk om gevaarlijke stoffen niet alleen vanuit één invalshoek te bekijken, maar integraal: arbeid, milieu, brandveiligheid, opslag, transport, afval en noodplanning moeten samen worden beoordeeld.